EINDERSPOOR.NL | Luchtpost Indonesië Brieven
EINDERSPOOR.NL | Luchtpost Indonesië Foto's
Diversen

6e BATALJON GARDE REGIMENT GRENADIERS
411 BATALJON INFANTERIE

Boemiajoe, brief 22-01-1949

Lieve moe en pa,


Kanovaren op het grote meer bij Boemiajoe

Eindelijk weer eens een levensteken van mij. Ik maak het nog goed, alleen een beetje verkouden. Dat kun je hier in de tropen zelfs worden. Maar het komt omdat ik de laatste dagen nog wel eens hele dagen met kletsnatte kleren heb aangelopen, maar zo'n beetje verkoudheid is niet zo erg. Het is nog steeds natte moesson. Het regent weer dat het giet. Zoveel water als hier in een paar uur valt, daar doet het in Holland een hele dag over.

Van de week ben ik nog eens uit geweest. We moesten met z'n tweeën met de jeep van de wedana (inlands districthoofd) mee naar Tegal voor beveiliging. In Tegal kregen we in een Chinese toko een hele Indische maaltijd van hem. Rijst met wel tien verschillende gerechten. Het zag er wel raar uit en wat het allemaal was weet ik niet, maar het smaakte me best. Hier kijk je niet meer zo precies. Zelfs de soep eet ik tegenwoordig vaak, dus wat dat betreft gaan de zaken vooruit. Van de week ben ik ook nog een keer wezen zwemmen. Hier niet zo ver vandaan is een heel groot meer. Ongeveer tien kilometer maar. En in dit grote land kijken ze niet op een paar kilometers. Als ik deze brief af heb ga ik met mijn vriend Boemiajoe even in om wat lekkere pisangs en djeroeks te eten. Voor de plaats zelf hoef je er niet heen te gaan, want dat is maar anderhalve paardenkop.

En hoe is het met jou, Hennie. Kun je al schaatsen? Op school gaat het zeker ook best met je, want je zult wel net zo'n heldere kop hebben als je grote broer in de tropen. En moe, je vroeg of het erg angstig was met die acties. We hebben het de laatste tijd niet zo gemakkelijk gehad. Eerst knijp je hem wel eens, maar alles went en zo is het hier ook mee. Ik weet niet wat ze allemaal in Holland vertellen over de acties, maar het valt nog wel mee, dus moeten jullie je maar niet ongerust maken, dat helpt ook niets. Het enige wat we kunnen doen is God om hulp bidden. Maar hoe is het in Holland. Het vriest nu zeker wel. En pa, aan het station is het zeker nu ook niet zo druk. Want van je oude gewoonte om daar een kijkje te nemen, zul je nog wel niet afgeweken zijn.

Ik moet weer eindigen want het vel is bijna vol. Ontvang allen de hartelijke groeten van uw liefhebbende zoon.

P.S. Eén dezer dagen ook een pakje van Jan en Ger ontvangen. Ik vond het echt leuk en hoop ze er gauw voor te bedanken.


Dagboek 11-1-1949

Vanmorgen hebben we alles weer ingepakt, wat bij een militair gauw gebeurd is, en zijn vertrokken naar Boemiajoe dat een 25 kilometer verder ligt. Hier komen we voor versterking bij de vierde compie te liggen. We hebben met het hele peloton één lokaal en zitten erg dicht op elkaar. Het lijkt meer op een varkenskot dan op een ligplaats voor militairen. Eén dezer dagen heeft de vierde compie ook een aanval gehad op het kamp. De ploppers zaten vlak voor het kamp in de sawa's en de palmbomen en begonnen pas te vuren toen de laatste wacht naar binnen was gegaan en zich stond te mandiën. De aanval is afgeslagen. Aan onze kant hadden we een paar zwaargewonden en enkele lichtgewonden. Maar de heren van de Siliwangi hadden een zeventig doden te betreuren. Dus dat was goed werk. Inmiddels is de tweede van ons gesneuveld, namelijk de hospik Bervoets. Het gebeurde tijdens een tocht naar de theeplantage om een peloton van ons dat was afgesloten en honger leed, voedsel te brengen. Bervoets werd verraderlijk in de rug geschoten toen hij een soldaat van Andjing Nica aan het verbinden was.

Dagboek 12-1-1949

Vanmorgen al heel vroeg ons bed uit en zijn tot 's avonds laat de bergen in geweest voor een gezamenlijke zuiveringsactie. We werden ondersteund door de artillerie van 12 R.V.A. Tijdens de actie zijn ons peloton en het derde uit elkaar geraakt. Om te voorkomen dat we op elkaar zouden gaan schieten, hebben we ons teruggetrokken. Anders hadden we een mooie slag kunnen slaan in een kampong waar naar schatting een 500 man van de beruchte Siliwangidivisie zat.

Dagboek 14-1-1949

Vannacht zijn we weer de bergen ingetrokken voor onze tweede zuiveringsactie. We werden ondersteund door mortieren, artillerie en vliegtuigen, o.a. een bommenwerper, drie jagers en een verkenningsvliegtuig. Hoe verder we trokken des te groter werden de versperringen die bestonden uit uitgravingen en om de paar meter bomen over de weg.
's Middags om drie uur rustten we op een plek waar 's morgens om elf uur nog een duizend man van de Siliwangi gerust had. Daar zijn er later heel wat van gedood door onze vliegtuigen. In een kampong voor ons verrichtte de R.V.A. ook goed werk. Daar lagen overal de lijken van de Tentara verspreid. Ze waren allen ernstig verminkt door de granaten.
's Avonds om half elf waren we weer thuis, allemaal dood en doodop. We hadden bijna zonder rust vijftig kilometer gelopen door zwaar terrein en niets anders gegeten als vier kaakjes. Een dag om niet gauw te vergeten.

Dagboek 17-1-1949

Vanmorgen de kampong in geweest en alle mannen opgepikt om te helpen de weg te herstellen die we de veertiende gezuiverd hebben. Alles ging prima tot we na vijf kilometer bij een brug kwamen die er helemaal uitlag. Dit karwei konden wij niet aan, dat is werk voor de pioniers, en daarom hebben we ons weer naar ons bivak teruggetrokken. Bij de zuivering van de veertiende hebben we laatste kampong die we doortrokken in brand gestoken als represaille omdat er een paar weken geleden drie wapenbroeders van 3-11-R.I. in deze kampong zijn vermoord na erg mishandeld te zijn.



Boemiajoe, brief 31-1-1949

Lieve ouders,
Het is maandagmiddag en op dit moment is het erg rustig op de kamer, daarom ga ik maar eens makkelijk op m'n tampat zitten om een paar regels te schrijven. Tot nu toe maak ik het uitstekend en hoop jullie hetzelfde en als het kan nog beter. Gistermorgen naar de kerk geweest die we hier zelf van een gebouwtje gemaakt hebben. We hebben een nieuwe veldprediker gekregen. Die is een beetje ouder dan de vorige, want dat was nog een erg jonge peer. Waar die gebleven is weet ik niet. Van de week nog enkele brieven ontvangen. Ze zijn wel drie weken oud maar ook dat is het ergste niet. Dus jullie hebben mijn brief uit Djocja ontvangen. Nou moe, voor een vliegtuig hoef je niet bang te zijn. Het is wel lekker zo'n tochtje en je ziet een prachtig landschap onder je. Van Willem en Annie een pakje ontvangen. Ik vond het maar wat fijn, want je kunt het hier niet zo gek bedenken of het komt wel van pas.

Pa, je vroeg in je brief of we hier wel eens radio hoorden. Wij zijn maar soldaten in de tropen en die hebben kennelijk geen radio nodig. We hebben er tenminste nog geen een in ons bezit en kranten krijgen we ook nooit. Maar daarom niet getreurd, want dat helpt toch niets. Ook nog een brief gehad van Marie en Delia. Van Delia was hij erg kort. Die is zeker nog steeds niet in orde.

Ik ga nu weer eindigen en hoop dat ook deze brief in goede gezondheid ontvangen mag worden. Moe, nog hartelijk bedankt voor de kalenderblaadjes en de pepermunt. Een zoen van uw lefhebbende zoon.

N.B. Woutje, ik heb geen tijd om je persoonlijk te schrijven en daarom feliciteer ik je nu vast hartelijk met je 19e verjaardag. Een plezierige dag toegewenst.



Dagboek 23-1-1949

Gisteren is in de richting Proepoek een burgertrein aangevallen door een 200 man Tentara. Ze wilden hem beroven omdat ze nog heel slecht in de spullen zitten. De aanval is mislukt omdat er tien man van ons als bewaking was meegereisd. De machinist en zes passagiers werden gedood, maar de bewaking heeft zes ploppers met wapens gevangen genomen. 's Avonds van half acht tot twaalf uur hebben wij ter plekke in hinderlaag gelegen in een maisveld. Maar die avond is er niets gebeurd.

Dagboek 27-1-1949

Camouflagehut theeplantage Kaligua

Vanmorgen om 6.30 uur kwam er bericht door dat twee pelotons van de vierde compie die op de theeplantage Kaligoea, hier vijftien kilometer vandaan de bergen in, liggen, aangevallen zijn door de Siliwangi. Ze hadden zich overal om de plantage ingegraven. Wij er ter versterking direct naar toe, maar toen we er aankwamen was het schieten zo goed als afgelopen. De Tentara vluchtte weg toen er toevallig een Dakota over kwam vliegen. Maar het ergste was dat weer een jongen van ons is gesneuveld. Het was soldaat Pas uit Arnhem, die in de buik getroffen werd en na een half uur aan bloedverlies overleed. 's Avonds hebben we hem om zes uur met militaire eer bij de andere gesneuvelden in Boemiajoe begraven. Een andere soldaat t.w. Louis is vandaag gestorven aan buiktyfus. Nu betreurt ons bataljon vier doden en ongeveer twintig gewonden.

Dagboek 28-1-1949

Vandaag weer de bergen in geweest om een merdeka-kampong te zuiveren. Weinig geschoten en ook geen artillerie gebruikt, hoewel die stond opgesteld.

Dagboek 29-1-1949

Vanmiddag plotseling weer mee met de Rode Kruis wagen naar Banjoemas voor beveiliging. Deze plaats ligt zeventien kilometer achter Poerwokerto. Er deden zich geen bijzonderheden voor.

Dagboek 30-1-1949

Vanmorgen naar de kerkdienst geweest, welke geleid werd door onze veldprediker Colijn, die wel een geschikte kerel is. Vanavond moesten we weer plotseling op patrouille. We gingen om half acht weg en waren om één uur weer binnen. De laatste vijf kilometer moesten we over een pad waar je vaak tot aan je knieën in de modder zakte en af en toe lag je er languit in. Wat waren we smerig en moe toen we thuis kwamen. Nadat we ons heerlijk gemandied hadden, lagen we gauw onder de klamboe.



Boemiajoe, brief 19-2-1949

Lieve ouders,
Ik hoop dat jullie het nog goed maken en geen last van de griep hebben. Moe, jij zult wel een van de eersten wezen die het te pakken heeft, hoewel ik het tegendeel hoop. Ik zelf maak het nog uitstekend en heb geen reden tot mopperen. Eergisteren zijn we teruggekomen van een rubberonderneming waar we tijdelijk geplaatst waren voor bewaking. Het was er niet zo erg luxe. We sliepen gewoon op de grond. Ik heb er dan ook geen spijt van dat we weer in Boemiajoe zitten, want 's nachts onder de klamboe bevalt het beste. En Hennie, ben je al wezen schaatsen rijden of kun je het nog niet. Ik krijg het nu al koud als ik er aan denk.

En Woutje, heb je een gezellige verjaardag gehad. Schrijf me maar een keertje. Ik heb er de achtste helemaal niet aan gedacht, maar ja, de tropenjaren tellen dubbel, dus ik wordt ook al een dagje ouder. Ik hoop dat ik morgen met de zondag weer eens naar de kerk kan, want de laatste tijd komt er door omstandigheden weinig van. Hoe is het met Gerrie? Is er al een kleintje geboren? Ik ben benieuwd. Ik eindig weer met de hartelijke groeten van uw liefhebbende zoon.



Dagboek 31-1-1949

Vanavond moeten we met het eerste peloton om half acht de auto's in met onbekende bestemming. Om half tien kwamen we aan bij 3-11-R.I. in Poerwokerto. Daar hebben we een uur op de stenen zitten klappertanden, want we waren kletsnat geregend. Om elf uur gingen we weer verder met een paar pelotons van 3-11 er bij en kwamen om half twee 's nachts in Poerbolinggo aan, dat een honderd kilometer van Boemiajoe afligt. Vandaar moesten we in de nacht een gebied van 32 km² afsluiten dat gezuiverd moest worden. Na zeven kilometer lopen kwam ons peloton op de plaats van bestemming aan. Tijdens deze wandeling had ik zo'n slaap, dat ik af en toe als een dronken kerel liep te slingeren.

Ondertussen was de regen opgehouden, hoewel we nog stonden te rillen en klappertanden van de kou. Daar in een katjangveld hebben we gelegen tot 's middags vier uur om vluchtende ploppers neer te schieten, terwijl het KNIL en Andjing Nica aan het zuiveren waren. Overdag was het gloeiend heet dat het zowat niet uit te houden was. De buit bestond uit enkele geweren en negen paarden van de Tentara. Door het KNIL zijn meerdere doden gemaakt. 's Avonds kwamen we vermoeid en vooral hongerig ons kamp binnen, daar we niets te eten hadden gekregen.

Dagboek 2-2-1949

Vannacht om twaalf uur moesten we weer weg voor een zuiveringsactie van bijna 24 uur, nu in de bergen achter Boemiajoe. Wij weer omsingelen en het KNIL zuiveren. De volgende dag gingen we 's middags om vijf uur weer op huis aan waar we om half negen aankwamen. Onderweg drie keer beschoten door enkele snipers met tommyguns en andere automatische wapens. Aan onze kant geen verliezen.

Dagboek 9-2-1949

Vanmiddag werd er een auto van ons beschoten op de weg die we pas hersteld en gezuiverd hebben. Ons peloton moest er onmiddellijk op af en toen we de bocht omkwamen liep er een 200 meter voor onze auto een plopper op de weg met zijn spuit in de handen. Toen hij ons zag, zette hij het op een lopen en dook de padie in. Wij direct van de auto en in looppas voorwaarts. Even later kregen we vuur uit de kampong rechts en links van ons. Wij meteen in dekking en terug vuren. Na een gevecht van een half uur vluchtte de vijand met achterlating van ongeveer zes doden. Aan onze kant geen verliezen.


De vijfde dag kwamen gelukkig onze tampatjes

Vanavond moesten wij ons ineens klaarmaken en na een half uur reden wij weg naar de rubberplantage Samoedra, dertien kilometer van Boemiajoe. Wij moesten voor versterking zorgen, daar men een aanval op de onderneming verwachtte van een bende van de Hisboellah, zijnde een fanatieke Islamitische beweging. Hier hebben we acht dagen in de fabriek gelegen, waarvan vijf nachten met kleren aan op de grond op wat oude zakken met wat alang alanggras er onder. De vijfde dag kwamen gelukkig onze tampatjes, wat wel veel beter ligt. Er was daar niet veel te eten. Veel droge biscuit en we hadden het er overigens slecht naar ons zin. Enkele patrouilles gelopen, waarbij we een tjarik, een contactman van de Hisboellah, gevangen hebben genomen.

Dagboek 17-2-1949

Vannacht werden we om twee uur gewekt om een kampong te zuiveren waar volgens de I.D. een 500 man Tentara zat. Om drie uur alles ingepakt, aangezien we niet meer op Samoedra terugkomen. Ik ben achter gebleven daar mijn schoenen op de laatste patrouille gesneuveld zijn. De volgende morgen heb ik al de barang van de jongens op de auto geladen en zijn weer vertrokken naar Boemiajoe, wat mij in het geheel niet speet.



Boemiajoe, brief 20-2-1949

Beste ouders,
Hier weer een paar regels van mij, geschreven bij het gezellige licht van 3 kaarsen, aangezien alle lampen stuk zijn. Hoe gaat het in Ede. Hopelijk allemaal gezond. Hier is het ook nog steeds uitstekend. Alleen is het al heel de avond aan het gieten, maar daarvoor is het ook natte moesson. Het is vandaag zondag, maar daar hebben we niets van gemerkt. We zijn de hele dag weggeweest voor beveiliging van een konvooi met vrouwen en kinderen van het KNIL, die moesten naar een theeplantage die een 18 km de bergen in ligt. Ik had het daarboven gewoon koud want het ligt 1600 meter hoog. Af en toe reden we gewoon door de wolken heen, want die hangen daar erg laag. Net of je door een dikke mist rijdt. Ik heb daarboven met de kraag opgelopen, hoewel het natuurlijk lang niet zo koud is als in Holland. Maar wij zijn er helemaal niet meer aan gewend. De natuur is daar prachtig. Zo zie je het nergens in Holland met al die bergen, ravijnen en sawah's. We hebben daar boven ook koud water gedronken, want dat komt regelrecht van een bergtop af en mag gedronken worden. Het smaakte wel een beetje vreemd en flauw, nu we hier altijd maar thee drinken.

Nog bedankt voor het pakje dat ik vanavond heb ontvangen. Ik vond het erg fijn wat van jullie persoonlijk te ontvangen. De portemonnee kan ik goed gebruiken en die pijp was zeker een idee van pa. Nou, dat was niet gek gedacht. Ik had hier al een kromme pijp gekocht in Poerwokerto. Je weet wel net als die ouwe van opa. Maar die heb ik nu overgedaan aan mijn slapie. Ik hou er weer mee op en ga slapen, want morgen is het weer vroeg dag. Ik moet er om 4 uur uit voor een patrouille.

Nog even een paar regeltjes voor Hennie, anders denkt ze dat ik haar vergeten heb. Van de week heb ik hier voor het eerst apen gezien Hennie. Van die grote zwarte met een witte borst. Een mooi gezicht. Ik wilde er één voor je vangen. Ik was wel erg vlug maar nog lang niet vlug genoeg. Ik zal het nog eens proberen. Misschien heb ik dan meer geluk.

De groeten van je broer Bram, de grote jager op apen en witte muizen.



Dagboek 19-2-1949

Gistermorgen om half acht weer de weg aan het herstellen geweest met veertig koelies tot 's middags vier uur. Tussentijds werd ons een portie nasi gebracht. Geen bijzonderheden.

P.S. Jeep met acht man, op weg naar de theeonderneming Kaligoea, beschoten. Direct uit de auto en de sawah's in, zonder dekking. Eerste luitenant van de KNIL, voorlopig c.c. vierde compie, gesneuveld, sergeant van Duffelen zwaar gewond en soldaat Kamphuis een schot door het been. Vanavond om zeven uur moesten we op patrouille. Maar net toen we zaten te eten hoorden we in de verte schieten. Wij er direct op af met twee pelotons. Toen wij ter plekke kwamen bleek het volgende. Veertien man van de Ost-cie waren aan het rommelen in een lege kampong in de richting Kaligoea, toen ze plotseling onder vuur kwamen. Toen wij arriveerden waren ze al twee uur aan het knallen en zaten bijna zonder munitie. Het ergste was dat er weer een gesneuvelde was. Soldaat Dernison had een schot door zijn hoofd gekregen en een korporaal een schot in zijn schouder. Toen wij oprukten ging de vijand die zeker honderd man sterk was, weldra op de vlucht de bergen in. Soldaat Dennison vonden we later in een kleine kali. De ploppers hadden hem geheel uitgekleed en zijn kleren meegenomen.

Onze buit bestond uit twee geweren, een schmeitzer, enkele handgranaten, veel patronen en een tommygun. De vijand liet verscheidene doden achter maar een leven van ons is veel te duur betaald.



Boemiajoe, brief 25-2-1949

Lieve allemaal,
Gisteravond gelukkig weer eens post ontvangen. Dat was al weer een poosje geleden. En moe, is de grieperigheid al weer een beetje over? Ik hoop dat je weer gauw gezond mag zijn. Want er gaat niets boven een goeie gezondheid en daar profiteer ik ook nog steeds van. En pa, nog geen kou gevat? Je kunt er zeker nog steeds goed tegen. Allemaal hartelijk gefeliciteerd met de kleine zesponder van Jan en Ger. Daar kreeg ik gisteren bericht van. Daar kun jij goed op gaan passen Hennie. Dat is een mooi werkje voor je. De tabakspositie wordt er bij jullie ook niet beter op, hè pa. Nu al weer 2 pakjes sigaretten minder in de maand. Ik had gedacht dat het wel gauw van de bon zou gaan, maar dat valt dus tegen.

Vanmorgen heb ik eerst de bren maar weer eens een goeie beurt gegeven, want dat moet je hier goed bijhouden. Je wapen moet je als je meisje beschouwen hebben ze ons geleerd. Na het eten ga ik mijn vriend weer eens opzoeken in het hospitaal. Hij voelt zich best maar ze weten niet goed wat hij mankeert. Ik geloof dat hij niet al te best tegen het klimaat kan. Gisteren ben ik de hele dag weggeweest naar Tjilatjap om cadi te halen met de foerier. Heen en terug 200 km. Als je ons gezien had toen we terug kwamen. Het leek wel of we een paar dagen aan het vechten waren geweest, zo zagen we eruit. Van onder tot boven met een dikke laag stof bedekt. We zijn daar ook nog in de haven geweest. Ik heb nog gekeken of er een boot naar Holland was. Nergens te vinden. Dus wachten we nog een poosje.

Hartelijk groeten, Bram.



Dagboek 20-2-1949

Vannacht is de post van het pionierspeloton, die hier hemelsbreed drie kilometer vandaan ligt, door de ploppers aangevallen. Het was een hevig vuurgevecht dat duurde van twaalf uur 's nachts tot drie uur 's morgens. Aan onze kant geen verliezen. Verliezen van de vijand onbekend. Vandaag moesten wij een transport beveiligen van vrouwen en kinderen naar Kaligoea.

Dagboek 22-2-1949

Vanmorgen op patrouille met veertien man. Het was veel klimmen en dalen. Om elf uur vm. waren we weer terug. Ongeveer twintig kilometer gelopen.

Dagboek 23-2-1949

Vanmorgen om zeven uur moesten we de weg richting Kaligoea herstellen, samen met de pioniers. Daarna met het hele peloton door een diep ravijn teruggelopen om twee kampongs te zuiveren. In de eerste kampong was niets loos. Nadat we de tweede kampong bijna doorzocht hadden, kregen we van voren snipervuur. Wij tegen de sawah's op om het vuur te beantwoorden. Tevens enkele mortiergranaten tussen de vijand geworpen, die daarop vluchtte. Er werd o.a. geschoten met Hefbrugkarabijnen.

Dagboek 24-2-1949

Vanmorgen voor beveiliging mee geweest om cadi te halen in Tjilatjap. We kwamen er zonder ongelukken om 9.30 uur aan. Na het laden de stad in geweest, die mij tegenviel. Maar we hebben toch lekker gegeten in een toko die we na veel zoeken ontdekten. Ajam goreng en mata sapi gegeten.

Om 12.30 uur weer verzamelen op het kruispunt en daarna terug via Poerwokerto. Onderweg gebeurde er niets, wat ons erg meeviel. Alleen behoorlijk door elkaar gerammeld, want de wegen hier zijn hard aan een onderhoudsbeurt toe. Om vier uur waren we thuis en hebben ons heerlijk gemandied, want we zaten weer eens helemaal onder het stof.